Select Page

Daar was dan de dag waar wel al een tijdje met gemengde gevoelens naar hebben uitgekeken; op 5 mei zijn we grens met Libië overgestoken. Het land heeft iets meer dan een jaar geleden een enorme verandering gekend met het onvrijwillig aftreden van de grote leider; kolonel Ghadaffi.  Er zijn al lange tijd geen visa voor toeristen uitgegeven maar via een omweg hebben wij een business visa weten te bemachtigen. Er geldt nog altijd een negatief reisadvies voor het land en ondanks toezeggingen vanuit verschillende bronnen dat veiligheid geen probleem zou moeten vormen rijden we toch enigszins gespannen naar de grensovergang. Daar aangekomen begint een meneer van de Tunesische kant van de grens boos tegen ons te vertellen dat het absoluut niet mogelijk is om de grens  over te gaan omdat dit streng verboden is. Bij het zien van onze visa is hij even uit het veld geslagen maar daarna begint hij geïrriteerd te vragen wat voor werk wij wel niet doen dan.  Nadat de douane een kijkje in onze auto heeft genomen is de kou plots uit de lucht en mogen we door. Aangekomen bij de Libische zijde lijkt er na een korte discussie niemand zich druk te maken om wat voor werk wij doen. De duidelijk niet professionele grenswachten willen graag koffie met ons drinken en ze heten ons van harte welkom in hun mooie land. Dat ging makkelijk!

In de vier dagen die volgen zijn wij echt volledig van ons stuk gebracht door de overal aanwezige sporen van het zeer recente verleden, de blijdschap van de mensen over de nieuwe politieke situatie en de ongelooflijke vriendelijkheid van werkelijk alle mensen.  Nadat we ergens gegeten hebben betaalt een wild vreemde meneer onze rekening om ons vervolgens een sightseeing tour door Benghazi te geven, bij een tankstation komt men direct met thee aanrennen als men ons ziet, de weg vragen resulteert altijd in iemand die wel vooruit rijdt en op verraderlijke wegen komt men voor ons rijden om de juiste snelheid aan te geven.

We passeren veel checkpoints die bemand worden door voormalig rebellen met machinegeweren  en bijpassende Rambo outfit. Soms willen ze ons paspoort zien maar ze doen nooit moeilijk en men lijkt vooral blij ons te zien en we worden telkens van harte welkom geheten. Gedurende de hele reis door Libië komen er constant luid toeterende auto’s voorbij gestoven met zwaaiende mensen die graag hun blijdschap over free Libya met ons delen. Overal is ook de nieuwe vlag op geschilderd, de producent van zwarte, groene en rode verf  is lekker binnengelopen de laatste tijd.

We zijn de eerste dag naar Misrata gereden. Onderweg gestopt bij Leptis Magma waar nog vijf andere mensen waren, onder wie 3 Libiërs. Erg indrukwekkend, de stad was vroeger de tweede stad van het Romeinse rijk na Rome. In Misrata zelf is werkelijk ieder gebouw beschadigd geraakt in de schermutselingen. Kogelgaten en raketinslagen zijn overal te zien.

De tweede dag is erg lang, 800km van Misrata naar Benghazi. We rijden nu door het gebied waar echt slag is geleverd. We zien veel in puin geschoten auto’s  en later ook tanks. Bij een checkpoint raken we aan de praat met de mannen en Joris krijgt het voor elkaar op een enorm machinegeweer plaats te mogen nemen. Als een kind zo blij dus.  Bij Albidjaya worden we uitgenodigd om in beslag genomen oorlogstuig te bekijken. Hier stonden meer dan 30 tanks opgesteld.

De derde dag vertrekken we naar Tobruk. Onderweg doen we een andere historische site aan in Cyrene. Prachtig ook. Normaal gesproken was de toegang hier ongeveer 35 euro geweest, maar nu doet iemand speciaal voor ons de poort open en betalen wij helemaal niets.

We besluiten nog een dagje extra in dit mooie land te blijven om de graven uit WWII te gaan bekijken.

Al met al zij wij zeer enthousiast over Libië en haar inwoners. Wat zijn wij blij dat wij dit mee mogen maken!