Select Page
AMRITSAR, DE STAD VAN DE SIKHSVan andere reizigers hebben we de coördinaten gekregen van Mrs Bhandahri’s guesthouse in Amritsar. Vooral in grote steden is dat erg handig, je rijdt er 9 van de 10 keer zo naar toe. Dit is blijkbaar de 10e keer, want we zoeken ons mottig. Gekmakend, want je weet dat je in de buurt moet zijn. Bovendien is het verkeer hier zo mogelijk nog erger dan gewoonlijk. Ook vragen levert ons weinig op tot we stoppen voor de lunch (en toilet!). De man van het restaurant wijst ons min of meer de weg – grote armgebaren kunnen nog wel eens verwarring scheppen en niet iedereen weet het verschil tussen links of rechts…

We blijken al een aantal keren aan de zijkant van het gebouw te zijn geweest en alleen aan de voorkant staat de naam op de poort geschilderd. We hebben nog niet eerder zoveel voor een kampeerplek betaald, maar het is het wel waard. Rustig gelegen en ruime plek en zelfs een zwembad. Jammer voor mij, ik kan er niet in met die wond aan mijn been. Maar hier houden we het wel een paar dagen uit. Helemaal leuk dat er de volgende dag ook nog een Zwitsers echtpaar arriveert, die ook al een paar maanden in India zijn geweest en binnenkort doorreizen naar Myanmar. We maken ze zo enthousiast met onze verhalen over Bhutan, dat ze ook daar naar toe willen.

De legendarische Mrs. Bhandari is trouwens al enkele jaren geleden overleden op de leeftijd van 107 jaar. Haar kleindochter is nu eigenares.
DE WAGGAH-GRENS

Amritsar ligt vlakbij de grens met Pakistan, de aartsvijand met wie India al vele oorlogen heeft gevoerd (o.a. over Kashmir). Dit is de grenspost die we nodig hebben als we via Pakistan/Iran naar Europa zouden reizen. Amritsar en Lahore zijn in feite zustersteden, want de staat Punjab is in tweeën gedeeld bij de scheiding Pakistan/Iran. Misschien daardoor dat er bij deze grenspost elke dag bij het strijken van de vlag een ‘operette’ plaats vindt, die honderden en misschien wel duizenden toeschouwers trekt (per dag!).

Het is dan ook wel een heel schouwspel, waar ook veel buitenlandse toeristen op af komen. Die worden in een apart vak geplaatst. De Indiase mensen zelf staan langs de kanten, voor de hekken en ook is er een VIP-vak met zitplaatsen. Niet dat er veel gezeten wordt. Iedereen doet alle moeite om foto’s te nemen. Er wordt geschreeuwd aan beide kanten van de grens, gezongen, gedanst en op de borst geroffeld. De soldaten zelf zijn in kleurrijke kostuums uitgedost en gaan stram richting de vlag. Eerst 2 vrouwen, daarna een regiment mannen, die de gestrekte benen hoog in de lucht gooien. Aan de Pakistaanse kant vindt een identiek ritueel plaats, maar zijn minder toeschouwers, die ook minder uitbundig zijn. Op internet kun je er heel wat filmpjes van zien.


DE KOE

Het hele gebeuren neemt toch meer tijd in beslag dan we ingeschat hebben en als we Amritsar inrijden, is het al redelijk donker. En dan is het helemaal opletten geblazen in het verkeer, want lang niet alle auto’s hebben de lichten aan. Als we bijna bij het guesthouse zijn, schrikken we ons rot: we rijden duidelijk over iets heen met een goede klap. In India moet je dan gewoon doorrijden, maar we voelen ons er niet gelukkig bij. Gelukkig gaat het maar om een buffelkalf (zwart) dat op het (zwarte) asfalt ligt. Praktisch onzichtbaar dus. Ook de auto heeft weinig opgelopen, er zit wel overal modder op de bullbar, die zijn werk goed gedaan heeft…
DE GOUDEN (EN ZILVEREN) TEMPEL

Amritsar is voornamelijk bekend om de gouden tempel van de sikhs. Een geweldig monument, dat zich magnifiek weerspiegelt in het heilige water van het meer. Voor sikhs is het de ultieme pelgrimstocht, voor andere reizigers een hoogtepunt, iets wat je moet hebben gezien.

 

We gaan er met zijn vieren naar toe met een rickshaw. Nooit aan gedacht dat het zondag is. We zien dus overal gelovigen die zich in het water van het meer (Amrit Sovar of nectarpoel) dompelen, dat voor hen heilig is. Overigens zijn het alleen de mannen die het water delen met -hoe kan het anders- goudvissen. Bij diverse tempeltjes wordt gebeden en er staat een menigte mensen in een grote rij opgesteld om naar de ‘tank’ te gaan. Hier wordt het heilige boek van de sikhs bewaard, dat elke avond weer teruggebracht wordt naar de troon aan de overkant.

Iedereen kan gratis eten in deze tempel; er is een keuken waar maaltijden worden uitgereikt. Leuk om te zien, jammer genoeg te druk om mee te doen.

We kunnen dus alleen foto’s nemen van verre omdat er geen kijk op is, dat we vandaag nog bij het echte heiligdom aankomen, als we die tijd er voor over zouden hebben.
Daarom willen we ook nog even langs de zilveren tempel, zo genoemd door zijn zilveren deuren. Ook leuk om mee te maken, hier zijn veel minder mensen en het idee is ongeveer hetzelfde, alleen kunnen we er nu veel meer van zien.

We drinken koffie en doen ook nog even boodschappen waarna er stevig onderhandeld moet worden met de chauffeur van de rickshaw. Er was tenslotte alleen een prijs afgesproken voor de gouden tempel.

De volgende dagen doen we allemaal rustig aan, wordt er veel geïnternet en gezwommen in de behoorlijke hitte. Omdat de wond aan mijn been nog steeds niet dicht is, vindt Mrs Bhandari dat ik naar het dichtbijgelegen ziekenhuis moet. Daar ben ik wat ambivalent over, maar geef uiteindelijk toe. De manager brengt me er heen en ik krijg antibiotica voorgeschreven, dat direct afgehaald wordt. Zonder kosten. Wat een service.

Na bijna een week in Amritsar gaan we op weg naar Chandigar waar we uitgenodigd zijn voor een lunch met alweer iemand van de offroad-club. We kunnen overnachten bij een park, dat je elke stad zou gunnen. Er wordt gewandeld, gesport, gezeten en is duidelijk een middelpunt van de stad. Op de parkeerplaats staan we redelijk verdekt opgesteld en het is er veilig. ‘s Nachts is het er erg rustig, maar de volgende morgen wordt er alweer vroeg gesport voor de ergste hitte. We gaan op weg naar Delhi.
TERUG IN DELHI

In Delhi rijden we eerst naar Navin, die erg nieuwsgierig is naar onze belevenissen. We drinken, eten en praten en Navin regelt ook dat onze auto de volgende dag nog even nagekeken wordt. Hij heeft een adres waar alle auto’s van de offroad-club van Delhi worden gerepareerd. De auto heeft zich geweldig gehouden in de Himalaya en de ‘uitdagende wegen’ die we gereden hebben. Maar onderhoud moet er natuurlijk wel gebeuren.

We komen niet weg voordat we nog even meelunchen. Daarna gaan we richting Agra, naar de Taj Mahal, waar ik me erg op verheug. De tolweg zou een van de betere wegen van India zijn, maar dat valt nog vies tegen. Potholes en drempels zorgen er voor, dat we niet echt opschieten. We moeten onderweg overnachten en veel is er niet. We vinden iets bij een leegstaand hotel, waar de hele staf blij is dat we er zijn. ‘s Nachts dendert het verkeer gewoon door, het is een nacht voor de oordoppen. Dat de bewoners van de dorpen aan deze weg er niet helemaal stapelgek van worden..
VRINDAVAN

Een tip van het hotel, waar we verbleven: ga naar Vrindavan, de stad van Krishna.
We rijden er in en het is de omweg waard – wat een toestanden hier! We bekijken er een soort Krishna Disney, waarvoor we onze schoenen moeten uittrekken en met het fototoestel moeten afgeven. Waarna we er een rondje lopen en de heleboel weer ophalen. Je zult wel een ware gelovige moeten zijn om je hier te kunnen vermaken. Dan komen we langs nog een witte tempel, waar we nog een blik op werpen. De stad zelf is één grote chaos. Het stikt hier van de tempels en er worden er meer en meer bijgebouwd. Er schijnen hier ook diverse ashrams te zijn. Maar dat vinden we nog steeds een godswonder: in chaotisch India mediterend tot rust komen. Alle chauffeurs hier zouden het verplicht moeten doen: misschien zou het wel helpen.
AGRA

Agra is de stad van de Taj Mahal, een van de 7 wereldwonderen en dè topattractie van India. Er komen per jaar meer toeristen (ca. 3 miljoen) dan er in de hele stad wonen. Door de vele bezoekers en de temperatuur van rond de 40 graden, besluiten we de volgende morgen rond een uur of 6 er naar toe te gaan.

We vinden een overnachtingsplek op een rustige plaats bij een verlopen hotel. De douche lijkt me er een om maar niet te gebruiken. Er is wel een kraan waaronder we ons goed kunnen wassen. Zoals overal is er ook hier regelmatig sprake van stroomtekort. Maar een generator die ook midden in de nacht doordraait, dat is andere koek. De beheerder belooft beterschap. We wachten af.

In Agra ontmoeten we ook een tuc-tuc-chauffeur, die rustig rijdt en goed Engels spreekt. Hij brengt ons overal heen en weet ook nog wat nuttige adresjes. Een Airtel-shop bijv. En als Ronald ruzie heeft over een wisseltruc met een verkoper, weet hij de boel te sussen en Ronald krijgt het geld terug.

Als we ergens gaan lunchen, weet hij een prima restaurant met niet te dure prijzen. Alleen probeert hij ons ook mee te nemen naar een souvenirwinkel onder het mom dat dit een museum zou zijn. Kijk, dat werkt niet bij ons. En ook dat heeft hij razendsnel door. De volgende dag vraagt hij ons om even bij een tapijthandel te gaan kijken, dan krijgen zijn kinderen met de feestdagen een cadeau. We worden er dus op een andere manier ingeluisd, maar hij krijgt ons toch zover. Toch zeggen we hem daarna duidelijk, dat dit eens maar nooit meer is. We betalen voor de ritjes en dat is het. Maar hij brengt het leuk en hij mag terug blijven komen.
TAJ MAHAL

Als we de Taj Mahal in het ochtendlicht zien liggen, is dit direct één van de hoogtepunten van onze wereldreis, in ieder geval van Azië. Wat een schitterend meesterwerk. Ook al staat er geen water in de vijvers er om heen, dat doet nauwelijks afbreuk aan het geheel. Het is alleen jammer.

Binnen mogen we niet fotograferen, maar ook daar lopen we verrukt rond. Helemaal opengewerkte marmeren schermen rondom de tombes van sjah Jahan en zijn derde vrouw Mumtaz Mahal. Het verhaal van de diepbedroefde sjah na de dood van zijn geliefde vrouw bij de geboorte van hun 14e kind is de achtergrond van dit gebouw. Hij heeft rondom haar graf die gebouw neergezet en daarmee hun liefde vereeuwigd.
De koepel symboliseert de hemel als tegenstelling tot de rechte hoeken van de materiële wereld. De bloemenversieringen zijn inlegwerk van kostbare stenen. De calligrafieteksten langs de poorten worden steeds groter naarmate ze hoger zijn, waardoor je het gevoel hebt, dat ze even groot blijven. In 1632 is met de bouw begonnen en in 1653 was het hele complex klaar. Het gebouw ligt op een verhoging, waardoor het lijkt te zweven.
HET RODE FORT

Tegenover de Taj Mahal ligt het rode Agra fort, waar de sjah woonde en na een staatsgreep van een van zijn zonen, gevangen werd gezet. Na zijn overlijden werd ook hij begraven bij zijn vrouw in de Taj Mahal.

Het Rode Fort van Agra kan ons een stuk minder bekoren. Het paleis is gesloten; volgens het bord wegens verbouwing, volgens de bewoners van Agra permanent, net als de moskee. We wandelen er wat rond en nemen wat foto’s, maar we zijn er redelijk snel weer uit. In de tuinen horen we een eentonig geluid: er worden hier steentjes gehakt uit grote blokken. Het mooiste van het Fort is het uitzicht op de Taj Mahal. We realiseren ons, dat we beter eerst naar het Fort hadden kunnen gaan. Na de Taj Mahal valt alles in het niet.

Om die reden rijden we alleen langs de Baby Taj, een bouwwerk van mindere kwaliteit, maar wel iets eerder gebouwd. Iets waar we later spijt van hebben, maar we komen hier waarschijnlijk nog een keer langs. Dan kunnen we de schade inhalen.
Nu rijden we door naar Jaipur in Rajanastan.