Select Page

Yazd

We rijden door de woestijn door een veelal prachtig maanlandschap naar Yazd via Kharanaq, Chak Chak en Meybod. Kharanaq is een oud verlaten dorpje van lemen huizen. Op een eigenaardige manier zijn sommige gebouwen gerestaureerd, maar er woont niemand. Chak Chak is een Zoroastrisch bedevaartsoord. Deze godsdienst bestond al vóór de Islam en heeft nog steeds aanhangers in Iran (wat blijkbaar wordt toegestaan). Meybod heeft een groot lemen kasteel, maar omdat we voor donker in Yazd willen zijn bekijken we het alleen van buiten. We zetten de auto bij het Silk Road Hotel, een bekende plek voor overlanders, waar we douche en toilet kunnen gebruiken. ‘s avonds gaan we uit eten om de verjaardag van Margriet te vieren.

Voor het eerst zien we andere Europese auto‘s: vier Franse campers die in tien dagen naar Iran gereden zijn en daar nu zes weken besteden. Zij hebben de noordelijke grensovergang Bazargan vanuit Turkije genomen in plaats van de zuidelijke Essendere die wij genomen hebben en moesten wel Iraanse nummerborden gaan halen en benzinekaarten kopen. Kosten: twee dagen en honderdvijftig Euro. We komen ook de Duitse motorrijders onderweg naar Delhi weer tegen, zwaar in mineur, want een van motoren blijkt gestolen te zijn. We doen het dak naar beneden en het pedaalslot op de pedalen voor we de stad in gaan.

Yazd lijkt in de Iraanse “koran-belt” te liggen: er zijn heel veel moskeeën, bijna alle vrouwen dragen chadors; we zien ook al meisjes van tien met zwarte chador en baby’s met een hoofddoek. De oude kern van Yazd bestaat helemaal uit lemen huizen, veel met windtorens die als air conditoning dienst doen. Vanaf een hoog punt is dat een prachtig gezicht. We bezoeken het watermuseum waar wordt uitgelegd hoe de “qanats”, de aanvoerkanalen voor was- en irrigatiewater worden gegraven en beheerd. We zoeken ook een sticker “Iran” om op  de auto te plakken, maar tevergeefs. Het is typisch iets dat verkocht wordt in landen waar veel toeristen per auto komen; in Turkije hadden we er ook al moeite mee. Twee mannen die we vragen waar zoiets te koop is zeggen toe er naar uit te kijken en het bij ons hotel te brengen. Even later komt een van hen aan met een Iran-vaantje.

Kerman

Kerman is een grote, oude plaats in het zuidoosten van Iran die belangrijk was op de route naar zuid Azië. De rit naar Kerman is snel maar saai door vlakke woestijn met regelmatig industrie. We staan bij het Akhavan Hotel, weer een bekende pleisterplaats voor overlanders. Onderweg naar de levendige bazaar doen we nog een poging om sleutels bij te laten maken. De score is 0,5 uit 3: met één sleutel kunnen we alleen open maken, de rest past niet eens in het gat. Dat komt omdat ze van een verkeerd basismodel uitgaan en dan met vijlen sleuven bij proberen te maken. Bij het restaurant van het hotel bestellen we het door LP aanbevolen “buffet”, maar we zien nergens een tafel met gerechten. Het blijkt een soort rijsttafel te zijn: allemaal verschillende gerechten in schaaltjes die prima smaken.

De volgende ochtend lopen we nog een keer door de bazar, bekijken de mooi betegelde moskeeën, de koperslagers en een hamam (badhuis) dat nu museum is. Rond de middag hebben we het belangrijkste bekeken en besluiten door te gaan naar de Kalud.

De Kalud

De Kalud is een groot, leeg woestijngebied, veel leger dan de woestijn waar we tot nu toe geweest. We rijden via een prachtige weg door de bergen over een steile pas van 2650 meter naar Shahdad, het laatste plaatsje voor de echte woestijn. Dappere Dodo vindt de hoogte niet prettig, maar slaat zich er goed doorheen. We hadden in Kerman al geprobeerd te tanken, tevergeefs omdat niemand een tankkaart had. In Shadad proberen we het opnieuw en weer heeft  niemand een tankkaart. Er zijn ook geen tankende vrachtauto‘s om ons uit de brand te helpen. We moeten toch echt een volle tank hebben voor we de woestijn in gaan. Uiteindelijk rijdt een van de twee pompbediendes na veel gebel weg om een kaart te gaan regelen. Na een uur is hij nog niet terug, maar dan komt er gelukkig een auto die diesel nodig heeft. Na prijsonderhandelingen worden we volgetankt. Het is intussen helemaal donker, dus we besluiten in Shadad een slaapplaats te vinden en de nacht in de woestijn voor morgen te bewaren. Wanneer we een passerende politieauto naar een geschikte plaats vragen worden we onder escorte met zwaailichten begeleid naar een parkje… vlak naast het tankstation. Het is ook direct naast een moskee en dat zullen we weten: in  Iran hoor je weliswaar weinig oproepen tot het gebed, maar er wordt wel de hele avond door de luidsprekers gepreekt.

Voordat we de volgende dag echt de woestijn ingaan vullen we eerst de voorraden aan, onder andere brood. We zien mensen met brood lopen en vragen naar de bakker. Ze wijzen hem, maar maken duidelijk dat hij niet bakt en er dus geen brood is. Ondanks hevig tegenstribbelen geven ze ons twee van de door hen zelf gekochte broden. We krijgen het zelfs niet voor elkaar ze te betalen. We dalen tot tweehonderd meter en de temperatuur wordt steeds aangenamer. We zijn nu dicht bij het heetste punt op aarde; er is ooit zeventig graden gemeten. Het hart van de Kalud is een gebied met bijzondere rotsstructuren. We zoeken er een plek uit het zicht van de weg om te overnachten en genieten van de absolute stilte en de rotsen die als kastelen en kathedralen uit het kale, vlakke land oprijzen. Tegen zonsondergang wordt de stilte wreed verstoord als drie bussen met scholieren en studentes vlak bij onze plek worden leeggestort. Als ze ons ontdekken wil iedereen met ons en Dappere Dodo op de foto en hebben we weer twintig keer de conversatie die we al zo vaak in Iran hadden: “Hello Mister/Madam, how do you do? Where do you come from? Welcome to Iran.” Maar het is een bijzonder gezicht, die vlakte vol met joelende, fotograferende, telefonerende, door het zand rennende en rollende groepjes chadors. Als het donker wordt maakt Margriet met het hout dat we onderweg verzameld hebben een vuurtje waarop ze in de Dutch oven een prima smakend krentenbrood bakt. Hoewel de lucht niet echt helemaal donker wordt is het heerlijk om in deze omgeving ‘s avonds nog buiten te kunnen zitten en van de sterren te genieten. Wanneer we de volgende ochtend vroeg opstaan voor de zonsopgang ontmoeten we een Italiaans paar in een HZJ79 met camperopbouw. Ze vertellen ons dat ze in het zuiden veel problemen hebben om aan diesel te komen.

Shiraz

Het eerste stuk uit de Kalud is prachtig, maar daarna is de weg naar Shiraz eentonig: vooral woestijn met kleine struikjes afgewisseld door industrie. We begrijpen de Italianen: de afstand tussen pompstations is meer dan honderd kilometer en ervoor staan files van wel vijftig vrachtauto’s te wachten. Wanneer wij moeten tanken rijden we voorzichtig langs de vrachtauto’s naar voren om de toestand te bekijken. We worden ertussen gelaten en zijn meteen aan de beurt. De pompbediende heeft ook hier geen kaart, maar omdat er zoveel vrachtauto’s zijn is dat nu geen probleem. We willen echt met onze 350 liter tankcapaciteit helemaal vol Iran verlaten, daarom beginnen we de reservetanks maar vast te vullen. We vinden een mooie plek voor de nacht net buiten een stadje tegen de bergen aan. De politie komt langs en wil dat we naar de stad gaan omdat het onveilig zou zijn. Ze bellen een leraar Engels voor de communicatie. Als we al bezig zijn de spullen klaar te maken kunnen we opeens toch blijven. We krijgen nog wel het telefoonnummer van de politie. Een half uur later weer vijf man politie. Weer moeten we weg, dan veel discussie onder elkaar en bellen, dan kunnen we weer blijven. De volgende ochtend als er uiteraard niets gebeurd is komen ze nog even informeren of alles veilig was.

De verdere rit naar Shiraz is mooi; we komen onder andere langs twee zoutmeren die nu kurkdroog zijn maar waarschijnlijk in het voorjaar vol staan. Met moeite vinden we het ITTIC Hotel, de kampeerplek waar willen overnachten (verkeersbureau gesloten, met taxi naar ander verkeersbureau driehoog achter om achter het adre te komen). We proberen ook tickets voor de ferry naar Dubai te kopen, maar dat is helemaal onmogelijk. Het ITTIC is een bekende pleiserplaats voor overlanders en voor het eerst op onze trip komen we die ook tegen: Jon en Jude zijn met een Landrover in acht maanden uit Australië via Maleisië, China, Mongolië en de stan-staten in Iran gekomen en zijn onderweg naar Nederland en Engeland. Frank en Melanie zijn met een LandCruiser 80 tien dagen onderweg uit Duitsland en willen net als wij uit Iran oversteken naar de Emiraten en dan Oman bekijken. Hun plan is om via Saoedi Arabië naar Jordanië te gaan en dan via Israel terug naar Europa, maar ze hebben ook nog geen visum voor Saoedi Arabië. Het wordt een heel gezellige avond met zijn zessen.

Voordat we gaan toeristen willen we eerst de boot naar Dubai geregeld hebben. We hebben gehoord dat hij op woensdagochtend gaat en de volgende op zondag, maar omdat ons visum op vrijdag afloopt moeten we het verlengen als we niet uiterlijk vrijdag varen. Visumverlenging schijnt in Shiraz gemakkelijk te gaan, we weten niet of het in Bandar Lengeh (waarvandaan we willen vertrekken) ook kan. We laten het hotel bellen naar de agent in Shiraz die tickets verkoopt en horen dat de boot op dinsdagavond gaat. Na een uur in de taxi naar de agent horen we dat de boot geannuleerd is; hij kan geen prijzen geven en we kunnen niet reserveren voor de volgende boot; balen dus. Dan maar naar de vreemdelingenpolitie voor visumverlenging: papieren halen, een uur wachten tot de bank ergens in de stad open is om vijftien euro te betalen en morgen terug komen om de visumverlenging op te halen, omdat de vreemdelingenpolitie ‘s middags dicht is. Voor Margriet moeten we pasfoto’s met hoofddoek meenemen die we gelukkig in Nederland al gemaakt hebben. Het giet nog steeds en omdat we opeens veel meer tijd hebben gaan we niet meer sightseeën, maar naar de kachel in de camper.

De volgende dag leveren we na de nodige bureacratie eerst alle papieren in bij de vreemdelingenpolitie om onze visumverlenging in orde te maken. We moeten ‘ s middags terugkomen om de paspoorten op te halen en wachten dan nog een uur voordat we ze terug krijgen. Het uur dat LP claimt voor de verlenging blijkt driekwart dag te zijn. Het valt op dat verreweg de meeste visumaanvragen van Afghanen komen. Terwijl we wachten ontmoeten we Frank en Angela weer; het zijn de Nederlanders die per fiets onderweg zijn naar China en die we bij de grens tussen Griekenland en Turkije ook al tegenkwamen. Tussen de visumescapades door bekijken we Shiraz. Dat valt wat tegen: na een maand Iran word je toch een beetje “bazaarmoe” en de belangrijkste moskee staat (zoals zovaak) in  de steigers.

Zodra we onze paspoorten terughebben rijden we naar het ITTIC Hotel bij Persepolis, waar we weer alle campingfaciliteiten hebben.

Persepolis

Persepolis ligt vlak bij Shiraz en is een van de mooiste opgravingen van Iran. Het was de hoofdstad van het Achaeminische rijk, een van de belangrijkste beschavingen uit de Iraanse historie uit ca. 500 v. Chr. Tot 1930 lag de stad onder het puin. De belangrijkste paleizen werden gebouwd door Darius en Xerxes. In 330 v. Chr. werd de stad verwoest door Alexander de Grote.

Op het parkeerterrein ontmoeten we de Zwitsers Alexandra en Patrik die met een HZJ75 in zes maanden onderweg zijn naar India en Nepal. Ze reizen zes maanden, vliegen voor zes maanden terug naar Zwitserland om geld te verdienen en reizen dan verder van waar ze gebleven waren. Zo hebben ze ook de tocht rondom Afrika gemaakt. Ze hebben een serieuze aanrijding gehad in Yazd, maar hebben de auto wel weer rijdbaar gekregen.

Persepolis is prachtig. We zijn onder de indruk van het detail en van de uitstekende staat van het beeldhouwwerk. Het is nu niet meer mogelijk zo dichtbij te komen dat je de stenen kunt aanraken, maar de omheining is op een verzorgde manier gebeurd, zodat het niet hinderlijk is, alleen soms lastig voor de foto.

Als we stoppen voor boodschappen worden we thuis uitgenodigd door Fatima die nog samen met haar broers bij haar ouders woont. Een van de broers, Mohsen, heeft Engels gestudeerd, maar werkt nu bij de verkeerspolitie. Het is een interessante ontmoeting waarbij we heel open praten over economische, sociale en culturele verschillen tussen Nederland en  Iran. Ze vertellen dat hun moeder, die ook aanwezig is bij de ontmoeting in het ruime, modern ingerichte huis haar eerste kind kreeg toen ze vijftien was. De mensen met wie we dit soort gesprekken voeren zijn, omdat ze goed Engels spreken, bijna per definitie moderne Iraniërs. We krijgen dus de moderne visie op het land en omdat de verschillen tussen stad en platteland heel groot zijn maakt dat veel verschil. We horen weer dat Iraniërs eigenlijk niet zo gelovig zijn, maar de Islam met al zijn regels van boven opgelegd krijgen. Ze leggen ook uit dat in tegenstelling tot bij traditionele Iraniërs waar de ouders een huwelijk arrangeren jongeren wel zelf hun partner kiezen en ook hun (geheime) manieren hebben gevonden om anderen te ontmoeten, initieel vaak via het verboden Facebook. De regels versoepelen overigens wel. Was vroeger het hebben van een Facebook-account al genoeg om problemen met de politie te krijgen, tegenwoordig wordt, zolang het maar niet tegen de overheid is, veel meer toegestaan, ook op het gebied van seksuele omgang. In Teheran wordt het zelfs al gebruikelijk dat jongeren samenwonen voor ze trouwen. De aanloop naar een huwelijk is overal nog traditioneel: wanneer een man zijn beoogde partner gevonden heeft laat hij zijn vader de ouders van de vrouw benaderen. Daarna begint een “antecedentenonderzoek” van de wederzijdse families dat een half jaar duurt en waarbij via buurtonderzoek wordt nagegaan of de familie van goede naam en faam is.

We overnachten weer bij ITTIC in Shiraz. Het is hopelijk voorlopig de laatste keer dat we ‘s avonds binnen moeten zitten.

De Perzische of Arabische Golf

We rijden door een afwisselend landschap naar Bandar-e-Lengeh aan de Perzische of Arabische (afhankelijk van wie je het vraagt) Golf, vanwaar we de boot naar de Verenigde Arabische Emiraten willen nemen. Vooral op de laatste 150 km naar zee zijn de grillige structuren van de kale woestijnrotsen indrukwekkend. Hoewel de LP het niet eens noemt hoort het traject bij het mooiste landschap dat we in Iran gezien hebben. We zien ook de mensen veranderen: er wonen hier veel Bandari. De mannen dragen witte gewaden, de vrouwen kleurige chadors en soms een bijzondere neusversiering, hun huidskleur is zuid-Aziatisch.

We maken weer mee hoe hulpvaardig de Iraniërs zijn: wanneer we in een dorpje onderweg in een kruidenierswinkeltje vragen waar we geld kunnen wisselen belt de winkelier zijn broer, zet hem achter de toonbank, zet Jan achterop zijn brommer en rijdt naar het wisselkantoor. In hetzelfde dorpje vinden we in een onooglijk winkeltje de “Iran”-sticker voor de auto waar we al weken overal naar zoeken.

We horen bij de rederij in Bandar-e-Lengeh dat de eerstvolgende boot over drie dagen om negen uur ‘s avonds vertrekt, maar dat we al om acht uur ‘s ochtends aanwezig moeten zijn voor de papierwinkel; dat zal wel een interessante dag worden.

We rijden naar Bander-e-Pol vanwaar de veerboot naar Qeshm, het grootste eiland in de Golf, vertrekt. Omdat Qeshm een belastingvrije zone is krijgen we eerst een tijdrovende controle van de autopapieren en het carnet. Omdat de boot bovendien pas vertrekt als hij helemaal vol is, is het donker als we op het eiland aankomen. Een plekje vinden in de natuur zit er daarom niet meer in. We zetten de auto in het haventje van het eerste dorpje; geen slechte plek, maar met net iets meer belangstelling van de dorpsjongetjes (geen meisje te bekennen) dan prettig is. En dat nu we eindelijk ‘s avonds buiten kunnen zitten. De volgende ochtend zien we waar we terechtgekomen zijn: een schilderachtig strandje met oude boten in een dorp vol badgirs (windtorens). Aan het verkeer is goed te zien dat we in de belastingvrije zone zitten: in plaats van de blauwe pick-ups van Iraanse makelij die we op het vasteland zagen zien we nu overal Toyota’s Hilux.

In het geopark op het eiland zien we kloven en een grot met formaties waar geologen van zouden smullen. We overnachten op een verlaten strandje, zwemmen ‘s ochtends vroeg in zee (hoewel Margriet dat alleen op een speciaal afgebakend stuk voor vrouwen zou mogen doen) en rijden terug naar Bandar-e-Lengeh voor de overtocht naar Dubai.

We overnachten dicht bij de vertrekplaats van de boot in een parkje. Er zijn uiteraard opnieuw veel mensen die de auto willen bekijken en met ons op de foto willen. Ook krijgen we weer eten aangeboden: eerst komt een onbekende man op een brommer, zet een bak warme rijst met kip op onze tafel en rijdt weg. Daarna komt de vuilnisauto met chauffeur en twee man achterop. De chauffeur stopt, komt een praatje maken (voor zover dat gaat) en rijdt weg. Even later komt hij met zwaailicht terug en zet nog zo’n bak rijst met kip voor ons neer. We hebben al gegeten en zien uiteindelijk kans hem beide bakken mee te geven tot vreugde van de twee mannen achterop de vuilnisauto.

We zijn om zeven uur ‘s ochtends bij de rederij voor de afhandeling van de papieren, met behulp van een “fixer” staat om twee uur ‘s middags de auto op de boot, is het carnet afgestempeld en hebben we tickets. Ongelofelijk hoe eenvoudige dingen moeilijk gemaakt kunnen worden. Om vijf uur zijn we terug bij de rederij voor het vertrek. Bij de procedure hoort een ondervraging door de veiligheidsdienst. Alleen onhandig dat de ondervrager nauwelijks Engels spreekt. Hij belt een collega om vragen in het Engels te laten dicteren die hij ons moet stellen. We worden in een vrouwen- en een mannenbusje naar de boot gebracht en vertrekken uiteindelijk om tien uur. Zodra we de territoriale wateren van Iran uit zijn gaat de hoofddoek van Margriet heel ver weg. Dappere Dodo blijkt de enige auto te zijn die meegaat. Margriet brengt de nacht door op een bankje, Jan slaapt in zijn eigen bed in Dappere Dodo.

Rijbewijzen in Iran

Om in Iran een rijbewijs te krijgen moet je tien lessen nemen, in de werkelijkheid zijn het er drie of vier. Daarna volgt een praktijkexamen van een kwartiertje. Al met al net genoeg om de auto te leren bedienen. Geen wonder dat het Iraanse verkeer zo’n chaos is.

Dubai

We komen om zeven uur aan en kunnen om half elf Dappere Dodo het haventerrein afrijden. De daaraan voorafgaande douane-inspectie van de auto begint gedetailleerd, maar wordt dat steeds minder als het besef doordringt hoeveel spullen er in zo’n auto gaan. Ze willen het reservewiel voor controle van het dak af hebben. Als we uitleggen dat ze zelf mogen zorgen dat hij er af en op komt is de animo snel over. Na een maand in Iran komt de cultuurshock hard aan: overvloedig gevulde, ontzettend grote supermarkten, keurige straten, geordend verkeer, tienbaanswegen, Amerikaanse hoogbouw, bonnetjes bij iedere aankoop, westerse kleding op straat en op het strand, maar ook de oppervlakkigheid van kitscherige, Las-Vegasachtige shopping malls waar het meeste werk door Indiase mannen en Filipijnse vrouwen gedaan wordt, de vele regels, de zakelijkheid in plaats van de hartelijke, behulpzame Iraniërs en de veel hogere prijzen, hoewel het wel lekker is om weer een keer volkorenbrood met belegen kaas te eten. Doordat overal in Dubai gebouwd wordt vinden we met moeite een open strandje om te overnachten.

Ons eerste doel in Dubai is van alles regelen. We maken een afspraak voor een servicebeurt voor Dappere Dodo en voor de aanvraag van het visum voor Saoedi Arabië, we schorsen Dappere Dodo en leggen kontakt met oude bekenden in Dubai. We hebben al zes dagen niet meer op een camping gestaan en willen wel weer eens douchen en ons haar wassen, maar iets daarvoor met een hotel regelen is moeilijk: als het niet binnen de regeltjes past kan het niet (het is ook de eerste keer dat we onze eigen computers niet in een internetcafé mogen gebruiken). We douchen uiteindelijk op het strand en dat gaat prima met water dat even warm is als thuis.